Quotidian 2 (December 2010)Maloe Sniekers; Stijn Reijnders: In de greep van Dutroux

To refer to this article use this url: http://www.quotidian.nl/vol02/nr01/a03

Gemeentes

Uit het interview met de burgemeester van Lobbes, Marcel Basile, blijkt dat de gemeente van Lobbes bewust een belangrijke rol heeft gespeeld in de vormgeving van de plaats van het huis van Dutroux. Allereerst heeft de gemeente besloten om het huis te kopen. Aanleiding hiervoor was de publieke verkoop. De Belgische staat had besloten het huis openbaar te verkopen en met de opbrengst een deel van de proceskosten van de Dutroux-affaire af te lossen. Basile wilde echter voorkomen dat het huis in handen zou vallen van iemand die er kwade bedoelingen mee had. Zo zouden er kopers zijn die het pand commercieel wilden exploiteren en er een museum van wilden maken:

‘Uiteindelijk heeft de gemeente van Lobbes besloten om te bieden op het huis, om te voorkomen dat het huis wordt gekocht door een of andere gek met geld. Er zijn genoeg gekken met geld. Zo iemand zou met de verkeerde redenen het huis kunnen kopen. (...) Het is een verschrikkelijke gebeurtenis die heeft plaatsgevonden, een zwarte pagina in de geschiedenis. Het is dan niet de bedoeling dat er een museum komt.’
– Marcel Basile[3]

Dit illustreert de ethische en morele kwesties die gemoeid zijn met de besluitvorming van de gemeente. Basile stelt dat de hele zaak Dutroux erg gevoelig ligt en een zwarte pagina in de geschiedenis van Lobbes beslaat. Het is daarom ongepast om het huis te laten kopen door iemand anders dan de gemeente, zo stelt hij. Het huis is opgekocht om het publiek te behoeden voor ongepaste initiatieven.

Bij de beslissingen over de inrichting van de plaats zijn verschillende partijen betrokken. Zo zijn de ouders van de slachtoffers nauw betrokken bij dit proces en is de mening van de omwonenden achterhaald. Er is besloten om een kleine versiering tegen het huis in Sars-la-Buissière te bevestigen ter nagedachtenis van de slachtoffers. In de tuin waar de lijkjes van Julie en Mélissa gevonden zijn, zijn twee eiken geplant. Deze eiken staan symbool voor de slachtoffers. Omdat eiken honderden jaren oud worden, zullen de slachtoffers niet vergeten worden en lang herinnerd, aldus Basile. Het huis zal in de toekomst gesloopt worden en er zal hoogstwaarschijnlijk een klein openbaar parkje worden aangelegd. Het huis is op dit moment nog niet gesloopt, omdat men tegelijkertijd het pleintje waaraan het huis staat, wil renoveren. Op deze manier worden hogere kosten vermeden. Ook hebben het uiteindelijk bemachtigen van het huis en het maken van beslissingen over de inrichting veel tijd in beslag genomen.

De gemeente Lobbes heeft ervoor gekozen om niet iets groots met de plaats te doen. Reden voor deze keuze is het ‘terugbrengen van de rust’ in het dorp. Basile stelt dat de omwonenden dagelijks te maken hebben gehad met aandacht uit de media en dat dit voor veel rumoer heeft gezorgd:

‘De bevolking van Sars wil vooral de rust terug. Er is iets verschrikkelijks gebeurd en er is volop aandacht geweest voor deze plaats. De mensen zijn moe hiervan. Elke keer weer journalisten, of werd er gefilmd en werden er fragmenten uitgezonden op de televisie. Het drama is verschrikkelijk.’
– Marcel Basile

Tevens is volgens Basile de fysieke aanwezigheid van het huis aangrijpend voor de omwonenden om elke dag te aanschouwen. Het wegbreken van het huis en het niet- plaatsen van een monument lijken erop te duiden dat de gemeente de zaak bewust wil laten vergeten, zodat de zwarte bladzijde kan worden omgeslagen.

Ook is er een interview gehouden met Frédéric Consoli, de woordvoerder van de gemeente Charleroi waaronder de huizen in Marcinelle, Jumet en Marchienne-au-Pont vallen. Het huis in Marcinelle is onteigend door de gemeente. Hiervoor is een verzoek ingediend, goedgekeurd met een Ministerieel Besluit door de destijds bevoegde minister. Dutroux kon protesteren tegen deze onteigening, maar heeft dat naar verluid niet gedaan. Er is gekozen om een monument tegenover het huis te plaatsen en voor korte termijn een plaat met een schildering tegen het huis te bevestigen. Consoli stelt dat in de toekomst het huis gesloopt wordt en er op de plaats van het huis een parkje wordt aangelegd. De reden voor dit besluit is om de slachtoffers op een mooie manier te herinneren:

‘We wilden een herinnering behouden voor de slachtoffers. Het wordt een herdenkingsplaats. (...) Het herinneren en het gedenken van de slachtoffers is het belangrijkst.’
– Frédéric Consoli

Het huis is op dit moment nog niet gesloopt, omdat de rechtszaak van Dutroux veel tijd in beslag heeft genomen en het onteigeningsproces ook veel tijd heeft gevergd. Daarbij stelt Consoli dat het beslissen wat er precies met de plaats gedaan wordt ook lang heeft geduurd. Dit komt overeen met de redenering van Basile over waarom het huis in Lobbes nog niet gesloopt is.

Het huis in Jumet vormt een heel ander verhaal. Zij is tot de grond toe afgebrand. De precieze oorzaak van deze brand is onbekend, maar in de media wordt gesuggereerd dat de brand is aangestoken door lokaal omwonenden. Kort voor de brand hadden zij een petitie opgesteld waarin ze de gemeente tevergeefs vroegen om het huis te slopen[4]. Consoli wil verder niet ingaan op dit onderwerp. De gemeente heeft besloten om op de plaats van het huis in Jumet een parkje aan te leggen met een monument. Ook voor dit besluit stelt Consoli dat dit de juiste wijze is om de slachtoffers te herinneren en te respecteren. De keuze om het huis te slopen en een parkje aan te leggen op de plaats van de huizen van Dutroux in Jumet en Marcinelle komt overeen met het besluit van de gemeente Lobbes. Een verschil schuilt in de motivatie van dit besluit. De gemeente Lobbes lijkt de nadruk te leggen op het terugbrengen van de rust in het dorp, waar de gemeente Charleroi meer de nadruk legt op het in herinnering brengen van de slachtoffers.

Verder blijkt uit het interview met Consoli dat de families van de slachtoffers en de buurtbewoners weliswaar geïnformeerd zijn over de beslissingen van de gemeente, maar dat zij niet actief betrokken zijn geweest bij de besluitvorming. De vader van een van de slachtoffers is bijvoorbeeld tegen de sloop van het huis in Marcinelle, omdat het huis bewijs is voor de gruwelen die er hebben plaatsgevonden[5]. Hieruit blijkt duidelijk hoe de wensen van de betrokken partijen onderling kunnen verschillen en dat sommige partijen een grotere invloed hebben op de uiteindelijke beslissingen over de inrichting van de plaats (cf. Seaton 2009, 98-99).