To refer to this article use this url: http://www.quotidian.nl/vol01/nr01/a06
Noten
1. De door het Nut bevorderde prentuitgaven werden rond 1800 steevast aangeduid met het toen nieuwe begrip ‘schoolprenten’. Later zijn ze wel Nutsprenten genoemd, omdat de term schoolprenten toen breder werd gebruikt. De traditionele prenten werden door De Meyer (1962) met de verzamelnaam ‘volks- en kinderprenten’ aangeduid, waarbij kinderprenten als deelverzameling binnen volksprenten werden beschouwd. Ze werden rond 1800 door het Nut aangeduid als ‘nietsbeduidende prentjens’ of ook als ‘heiligjes’ (vanwege de religieuze oorsprong). De facto betrof het in die tijd bijna uitsluitend kinderprenten, dwz op kinderen als primaire doelgroep gericht. In de meer recente literatuur zijn aanduidingen als ‘volksprenten’ en ‘kinderprenten’ onderwerp van discussie, maar het voert in dit kader te ver om dieper daarop in te gaan.
2. In Borms (2003) worden diverse spanningen geschetst die zich voordeden tussen deze uitgever en de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen bij de uitgave van de derde Nutsprentenreeks.
3. GAA (=Gemeente-Archief Amsterdam) 211, nr. 1131, Handelingen Algemene Vergadering, 1e stuk, 1791, 155.
4. GAA 211, nr. 1131, Handelingen Algemene Vergadering, 1e stuk, 1791, 184-185.
5. GAA 211, nr.1180, Berigt aan de Algemeene Vergadering der Bataafsche Maatschappij Tot Nut van ’t Algemeen, door de Commissie raakende de Schoolprenten. Zie Art. 21 de Punten voor 1800.
6. Toen dit bedrijf werd geliquideerd werd de uitgave van de eerste reeks voortgezet door de firma H. van Munster & Zoon, die reeds vele schoolboekuitgaven van het Nut verzorgde.
7. Net als de meeste uitgevers van volksprenten ging het hier om een drukker/uitgever die voor zijn voortbestaan bepaald niet alleen van zijn prentenhandel afhankelijk was. Boeken bepaalden een veel groter deel van de omzet.
8. Zoals bijvoorbeeld in latere educatieve prentreeksen van Oomkes te Groningen (De Meyer 1962, 262-263).
9. GAA 211, nr. 1187. Verslag van de Commissie tot de Schoolprenten, 1807, waarin het besluit tot toestemming voor tweede reeks staat vermeld.
10. Zie Enkhuizer Almanak voor het jaar 1800: Archief Enkhuizer Almanak-Museum te Enkhuizen.
11. Archief GAA.211, 1179/1190. Berigten van Verscheiden Commissiën, 1798/1809, 268/269.
12. Archief GAA.211, 1179/1190. Berigten van Verscheiden Commissiën, 1798/1809, 269.
13. Doelstelling van de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen was de kennis en deugd onder alle lagen van de bevolking te verspreiden, met name onder mensen die werden aangeduid als ‘minvermogend’. Deze ‘minvermogende’ mensen waren zelf doorgaans geen lid van de maatschappij. Zie o.m. Jaarverslag Algemene Vergadering 1825 (Archief Maatschappijbestuur te Edam) en Bruggink et al 1985.
14. Met dank aan A.G. van der Steur te Haarlem die mij opmerkzaam maakte op de aanwezigheid van de zogeheten ‘Mengelstukken’ (deel I t/mXI) van Adriaan Loosjes Pzn, als nr. 114-C.11 t/m 21 in het archief van Stadsbibliotheek Haarlem, afdeling Oude Boekerij en Bijzondere Collecties (SBH-OBBC).
15. SBH-OBBC: Loosjes ‘Mengelstukken’, nr. 114-C.19:4. Op de daar aanwezige proefdruk van Stichter #E staat vermeld: ‘In het jaar 1811 zijn de doorgehaalde printjes, met de versjes erbij, door de Policy verboden uit te geven.’ Het verbod was gericht op twee afbeeldingen betreffende verdediging tegen over vreemde overheersing (afbeelding 2 en 4) en twee afbeeldingen betreffende betrokkenheid van het volk bij oranjevorsten (afbeelding 6 en 11).
16. De Meyer (1962, 302) meldt 1813 als jaar van liquidatie, maar uit chronologisch geordende en gedateerde verslagen van de schoolprentencommissie van het Nut is duidelijk, dat op 28 mei 1814 nog een afspraak met Stichter bestond om in de komende periode een nieuwe prent met ‘Voorstellingen uit de Vaderlandsche Geschiedenissen’ te produceren. Zie Berigten van Verscheiden Commissiën, 1811-1834. GAA 211, nr. 1190.
17. De firma Noman te Zaltbommel omvat meerdere generaties. Waar het hier gaat om de aankoop en bewerking van Nutsprenten betreft het Johannes Noman die tot ca. 1830 als drukker/uitgever actief was (De Meyer 1962, 241-260).
18. Deze dubbelgeletterde serie wordt in geen der bekende fondslijsten vermeld. Omdat hierover archiefgegevens ontbreken is onduidelijk hoe deze zeer beperkte oplage is ontstaan. De Meyer (1962, 258) kende aanvankelijk slechts twee van deze prenten, genummerd als # AA en # FF (uit de collectie Waller), maar hij kon daar later de prent # BB (uit de collectie Van Veen) aan toevoegen. Inmiddels is ook een afdruk van prent # DD bekend. Zeker is, mede gezien het ontbreken van deze prenten in fondslijsten, dat Noman deze dubbelgeletterde serie spoedig heeft ‘hernummerd’ en onder deze nummers heeft opgenomen in zijn gewone traditionele prentenreeks.
19. Archief Koninklijke Vereniging van het Boekenvak, Amsterdam. Zie dossier Noman.
20. Archief GAA.211, 1179/1190. Berigten van Verscheiden Commissiën, 1798/1809, 14e van Hooimaand 1798.
21. Zie p. 45 van Fonds-Lijst van Johannes Noman te Zalt-Bommel, Januarij 1827 (archief KVB).
22. Heiling, heilig of heijlich is een rond 1800 vaak gebruikte term voor kinderprent. Het is een term die herinnert aan het feit dat deze prenten hun oorsprong vinden bij religieuze prenten. De tekst bij de betreffende Nutsprent, Le Jolle nr. C, behoort tot een collectie die wordt bewaard in het Princessehof te Leeuwarden.
