Quotidian 2 (December 2010)Maloe Sniekers; Stijn Reijnders: In de greep van Dutroux

To refer to this article use this url: http://www.quotidian.nl/vol02/nr01/a03

Conclusie

In juli 2010 werden er foto’s en vertrouwelijke documenten van de Dutroux-affaire gevonden in de archieven van de Belgische kardinaal Godfried Danneels. Dit zorgde voor veel ophef in de media, waarbij het ‘monster van België’ weer opdook in het collectieve bewustzijn. Zo werd het nieuws verspreid via de televisie en verschenen er verschillende artikelen in (inter)nationale kranten en op internet. De media-aandacht voor de vermeende relatie tussen Dutroux en Danneels illustreert dat de Dutroux-affaire in België nog steeds onderhuids aanwezig is en men de zaak nog niet heeft verwerkt en afgesloten.

In dit artikel is onderzocht welke rol en betekenis de huizen van Dutroux vervullen in de wijze waarop de Dutroux-affaire in herinnering wordt gebracht en hoe de verschillende betrokken partijen met deze huizen zijn omgesprongen. Om deze vraag te beantwoorden zijn interviews gehouden met de woordvoerders van de gemeentes, de lokaal omwonenden en de organisator van de tour langs het huis van Dutroux in Marcinelle. Daarnaast zijn de verschillende plaatsen van de huizen geobserveerd.

Uit de analyse van de interviews blijkt dat de gemeentes hebben besloten zich sterk te bemoeien met de inrichting van de plaatsen van de huizen. Zo is het huis in Marcinelle onteigend en het huis in Sars-la-Buissière opgekocht door de gemeente. Men wilde het publiek behoeden voor ‘immorele initiatieven’ met betrekking tot de huizen. Tegenover het huis in Marcinelle heeft de gemeente een monument geplaatst. In de tuin van het huis in Sars-la-Buissière zijn twee eiken geplant ter herinnering aan de twee lijkjes die er gevonden zijn. Op de plaats van het huis in Jumet heeft de gemeente een monument geplaatst en een boom geplant. In de toekomst zullen de huizen in Marcinelle en Sars-la-Buissière gesloopt worden en vervangen worden door een openbaar parkje. Het huis in Marchienne-au-Pont is hoogstwaarschijnlijk particulier verkocht als gewoon woonhuis. De gemeente heeft besloten zich niet te bemoeien met dit huis.

De beslissingen van de gemeentes vertonen overeenkomsten, maar ook verschillen. Zo is het opmerkelijk dat alle huizen gesloopt worden en dat veelal is gekozen om een openbaar parkje aan te leggen. De inrichting van de parkjes verschilt. De gemeente Lobbes heeft bijvoorbeeld besloten om er alleen twee eiken te planten, terwijl de gemeente Charleroi in Marcinelle en Jumet ook een monument heeft geplaatst. Ook in de motivatie waarom de gemeentes gekozen hebben voor deze besluiten zijn verschillen op te merken. De gemeente Lobbes wil niets groots met de plaats van het huis doen, omdat dit te confronterend zou zijn voor de buurtbewoners. Dit lijkt erop te wijzen dat men de Dutroux-affaire langzaam wil vergeten. De gemeente Charleroi lijkt meer de nadruk te leggen op de herdenking van de slachtoffers op de plaatsen. Dat de twee gemeentes van elkaar afwijken wat betreft de besluiten en de motivaties hierachter, toont aan dat de omgang met het schuldig landschap van Dutroux geen eenduidig proces is. Wel is het opvallend dat het bij het proces in alle gevallen veel tijd heeft gevergd voordat het uiteindelijke besluit is genomen. Ook duurt het vaak opvallend lang voordat de gemaakte beslissingen worden of zijn uitgevoerd.

De lokaal omwonenden hechten een ronduit negatieve betekenis aan de blijvende aanwezigheid van Dutroux’ huizen. Het feit dat de buurtbewoners waarschijnlijk verantwoordelijk zijn voor de brandstichting van het huis in Jumet is hiervan een duidelijk voorbeeld. De omwonenden van de plaatsen waar het huis fysiek nog aanwezig is, stellen dat men elke dag herinnerd wordt aan de gruwelijke gebeurtenissen die er hebben plaatsgevonden. Ook de geplaatste monumenten worden door veel van de buurtbewoners op deze manier ervaren. Er kan geconcludeerd worden dat de buurtbewoners, met een aantal uitzonderingen, het liefst niets op de plaatsen van de huizen willen zien. Op deze manier wordt men niet elke dag met de affaire geconfronteerd en kan men de zaak laten rusten. Een kleine minderheid heeft geen problemen met de monumenten en ziet het als uiting van respect en een waardige, blijvende herinnering aan de slachtoffers. Dat de buurt in Marcinelle erg is achteruit gegaan, dat de huizenprijzen fors zijn gedaald en dat veel mensen er pas sinds korte tijd wonen, lijkt erop te wijzen dat de impact van het huis op het leven van de lokaal omwonenden groot is.

Als reactie op het willen verdoezelen van de gebeurtenissen door de overheid en in tegenstelling tot het willen vergeten van de handelingen van Dutroux door de lokaal omwonenden, heeft de lokale kunstenaar Buissart een tour georganiseerd die onder andere langs het huis van Dutroux in Marcinelle gaat. De tour bestaat uit het bezoeken van de lelijkste plaatsen van Charleroi en doel is om mensen te doen inzien dat Charleroi ‘mooi is van lelijkheid’. Buissart organiseert de tour om zich af te zetten tegen de ‘burgerlijkheid’ van Charleroi. Terwijl de omwonenden na al die tijd willen vergeten, brengt Buissart het oude zeer juist aan de oppervlakte door te tonen wat er gebeurd is in hun gemeenschap. Want dát is uiteindelijk waar de angel lijkt te zitten. De schuld van Dutroux laat zich niet opsluiten in de kelders, maar kruipt om de zoveel tijd naar buiten, om zich als een olievlek te verspreiden over de omringende gemeenschap. De schuld van Dutroux is getransformeerd tot een plaatsvervangende schuld onder hen die er waren, maar het niet zagen.