To refer to this article use this url: http://www.quotidian.nl/vol01/nr01/a06
Bewerking door Noman
Noman,[17] die op dat moment al een behoorlijke reeks traditionele volksprenten (geordend op nummer) had uitgegeven, vervaardigde met de verkregen houtblokken naar eigen inzicht en op eigen initiatief een nieuwe reeks pseudo-Nutsprenten (geordend op letter), opnieuw beginnend bij # A (De Meyer 1962, 241-260). Deels werden reeds verschenen Nutsprenten door hem anders genummerd en deels anders gegroepeerd dan Stichter had gedaan.
Het eerder door Stichter op last van de censuurpolitie teruggetrokken ontwerp voor prent # E kon vanwege het veranderde politieke klimaat (Napoleon was verslagen, Koning Willem I was aan de macht) door Noman zonder enig gevaar ongewijzigd worden gepubliceerd. Bovendien breidde Noman deze reeks verder uit door tot dusver nog niet hergebruikte almanakblokjes te benutten voor ‘zijn’ nieuwe pseudo-Nutsprenten geheel buiten het Nut om. De teksten uit Stichters Nutsalmanakken werden daarbij soms zodanig aangepast dat de bijschriften op Nomans pseudo-Nutsprenten daar weinig meer op leken. Voorbeelden daarvan zijn de teksten bij afbeeldingen uit de Nutsalmanak van 1812 die nogal vrij vertaald op de nieuwe Nutsprent Noman # G werden gedrukt.
Zo kent voornoemde almanak een afbeelding van een zeeslag onder leiding van de admiraals De Ruiter en Tromp uit 1673 waarvan de tekst door Noman werd gewijzigd in een bijschrift over een zeeslag uit 1781 onder leiding van schout-bij-nacht Zoutman (slag bij de Doggersbank). Uit dezelfde almanak komen twee andere afbeeldingen voor Noman # G: een zeventiende-eeuws Duits beleg van Groningen, met in de verte de Martinitoren, en een brand in een lijnbaan die geblust kon worden dank zij een Nederlandse uitvinding, de brandslang van Van der Heijden. Die twee beelden veranderden door de aangepaste bijschriften van Noman in resp. het meer actuele Franse beleg (1794) van Maastricht en een recente brand in een armenhuis te Amsterdam. Bovendien liet Noman het Nutsvignet namaken om het vervolgens als kwaliteitskeurmerk van Nutscontrole en echtheid af te drukken boven ‘zijn’ pseudo-Nutsprenten.
Ook ging Noman van start met een compleet nieuwe serie pseudo-Nutsprenten, rechtsboven gekenmerkt met dubbele letters, # AA, # BB, etc., waarmee de suggestie van een educatieve serie onder toezicht van het Nut werd gewekt. Echter, verder dan een beperkte serie (proef)drukken, zonder Nutsvignet, is het niet gekomen.[18] Voor deze reeks gebruikte Noman diverse uit de boedel van Stichter gekochte grote houtblokken, gesneden door Robijn, die bij Stichter een plaats hadden in diens commerciële, genummerde reeks. Het ging om prenten bestaande uit één grote afbeelding met een allegorisch tafereel (b.v. ‘De Trap des Ouderdoms’ en ‘De vijf Zinnen’) dan wel een folkloristisch tafereel (b.v. St. Maarten en de ‘Kermisos’): wel fraai, maar niet passend bij het educatiebeleid van het Nut (zie afb. 4).
Tenslotte werden door Noman ook nog de handtekeningen van twee algemeen secretarissen van ’t landelijk Nutsbestuur in houtsneden nagemaakt, imitaties die hij nodig had als bewijs van echtheid in nagedrukte Nutsboekjes, waarin hij aangekochte houtsneden opnam (Van de Hulsbeek 1996, 10).
De weinig scrupuleuze werkwijze van Noman beperkte zich niet tot het Nut. Publicatierechten van collega-uitgevers werden door hem evenmin gerespecteerd. Dit leidde uiteindelijk tot een rechtszaak waarbij Noman (eind 1816) werd veroordeeld tot hoge boetes (Buijnsters en Buijnsters-Smets 2001, 51; Huiskanp 2000, 535; Van de Hulsbeek 1996, 8). Daarna werden de verworven almanakblokjes door Noman nog wel voor herdrukken van zijn ‘eigen’ enkelgeletterde pseudo-Nutsreeks gebruikt, maar zonder dat het Nutsvignet als keurmerk van echtheid erboven prijkte.
De uitgave van de dubbelgeletterde reeks werd geheel gestopt, waarschijnlijk al tijdens het eerdergenoemde proces tegen Noman: in elk geval werden de betreffende prenten rond die tijd omgenummerd ten einde een meer passende plaats krijgen in Noman’s traditionele reeks met kinderprenten.
