To refer to this article use this url: http://www.quotidian.nl/vol01/nr01/a05
Paper
‘It wasn’t until God sent Gaynor Mindens to dancers, that I realized (...) how the shoes were starting tot eat my feet’ (Ballerina Vannessa Palmer over haar balletschoenen in Barringer en Schlesinger 2004, 289)
Dit artikel gaat over schoenen waarmee je op de punt van je tenen kunt staan. En over de manier waarop die gestalte geven aan balletdansers en hun wereld. Spitzen, zoals de glimmende balletschoenen worden genoemd, maakten op mij als jonge balletleerling veel indruk. Ze riepen gevoelens op van zowel grote triomf als van diepe frustratie. Bovenal brachten ze fysiek ongemak. In het onderstaande richt ik de aandacht op de actieve rol van spitzen in het leven van dansers. Ik kijk daarbij vooral naar wat ze concreet doen.
De focus op wat dingen doen sluit aan bij de recente ontwikkelingen in het hedendaagse archeologische en antropologische onderzoek naar materiële cultuur. Sinds enkele jaren betogen onderzoekers dat we de constructieve rol van objecten niet uitsluitend moeten begrijpen in termen van de betekenissen die mensen aan hen geven, oftewel hun symbolische functie (Olsen 2003; Miller 2005, 1-50). Objecten zijn niet uitsluitend betekenisdragers of voertuigen van de associaties, gedachten en wereldbeelden van mensen. Ze hebben ‘zelf’ ook iets toe te voegen aan de wereld. De focus ligt dan ook op de materialiteit van dingen en de concrete effecten die zij hebben op hun omgeving.
In dit artikel maak ik gebruik van de ideeën van vier onderzoekers: Jean-Pierre Warnier, Bruno Latour, Daniel Miller en Alfred Gell. Ieder van hen vraagt aandacht voor de tastbare invloed van materiële cultuur en zij worden in dit verband regelmatig genoemd binnen de material culture studies (Büchli 2002; Olsen 2003; Miller 2005). De vier verschillen echter wezenlijk in hun achtergrond, doelstellingen en aanpak. Dit biedt de mogelijkheid een overzicht te tonen van recente perspectieven op materialiteit en de actieve rol van dingen. Het artikel eindigt met een interessante en uitdagende tegenstelling binnen het huidige debat.
Voor mijn analyse van spitzen en de balletwereld heb ik deels vertrouwd op mijn eigen herinneringen. Vanaf mijn twaalfde tot veertiende jaar was ik een leerling op de professionele klassieke balletopleiding aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Daarnaast heb ik veel informatie geput uit het antropologisch onderzoek van Anna Aalten naar de balletwereld in Nederland, mede gebaseerd op uitgebreide observaties en talloze interviews met dansers (Aalten 2002). Voor aanvullende informatie over spitzen heb ik onder andere gebruik gemaakt van The Pointe Book, een uitgebreide gids over de productie en verzorging van spitzen, spitzentraining en –techniek (Barringer en Schlesinger 2004).
