Quotidian 2 (December 2010)Anne Swhajor; Meike Heessels; Paul van der Velde; Eric Venbrux: Aan de Ganges in Twente
Transformatie van hindoe-rituelen in de diaspora

To refer to this article use this url: http://www.quotidian.nl/vol02/nr01/a04

Asbestemming

Na een wettelijk verplichte wachttijd van dertig dagen mogen nabestaanden in Nederland de as in een asbus bij het crematorium afhalen. Hindoestanen willen de as liefst eerder verstrooien, omdat de as zo snel mogelijk naar de oervorm terug moet keren. Daartoe dienen ze een verzoek in bij de officier van justitie om omwille van religieuze redenen de as vroeger te mogen afhalen. Dit verzoek wordt in de regel goedgekeurd.

In India wordt de as na de crematie bij voorkeur in de Ganges verstrooid, in Suriname op zee, meestal bij crematieplaats de Weg naar Zee. In Nederland zijn de mogelijkheden beperkt en tegelijkertijd gevarieerd. Het is mogelijk om de as te verstrooien op een zelfgekozen plek, met toestemming van de eigenaar van de grond of het waterschap. Dit zou een oplossing kunnen zijn, want voor de meeste hindoes zijn alle rivieren van de wereld symbolisch met elkaar verbonden en daarom net zo heilig als de Ganges. Het is dus mogelijk aan de oever van de Rijn of Maas dezelfde rituelen en ceremonies uit te voeren als bij de Ganges en de as in andere rivieren of op zee te verstrooien (Bakker 2003, 33-34). Hindoestanen in Den Haag en Amsterdam verstrooien de as meestal op zee bij Scheveningen. Met een schip gaan de familie, de pandit en de as de zee op. De as wordt met melk en water vermengd. De pandit voert enkele rituelen uit en dan wordt de as in het water verstrooid. Het in 2006 geopende strooiveld Nirvana in Usselo bij Twente maakt het bovendien mogelijk voor hindoes, maar ook voor mensen buiten deze geloofsrichting, de as boven stromend water of op zwarte aarde te verstrooien, of te begraven op een crematoriumterrein. Tijdens de verstrooiing van de as worden bloemen en pinda’s geofferd en bepaalde rituelen uitgevoerd. De as wordt dan in het water verstrooid of vermengd met melk in zwarte aarde begraven, zodat de as zo snel mogelijk door de natuur wordt opgenomen.

Op het strooiveld Nirvana te Usselo valt op dat nabestaanden terugkomen naar de plaats van verstrooiing. Er worden bloemen neergelegd en kaarsen aangestoken. Er staat bovendien een zuil waarop een plaatje met de naam van de overledene kan worden aangebracht. Het terugkomen naar de plaats van verstrooiing is een nieuwe ontwikkeling. Dit lijkt in strijd met het idee dat het lichaam wordt teruggegeven aan de natuur en dat er niets overblijft. In Suriname of India is het niet gebruikelijk om de plek van verstrooiing te blijven bezoeken, bovendien is deze niet zo gefixeerd, doordat het op het water gebeurt, als in Usselo. De jongere generatie Hindoestanen in Twente die in aanraking is gekomen met de Nederlandse cultuur, wil echter graag een gedenkplek waar men terug kan komen. Dit doet denken aan andere ontwikkelingen in India, weliswaar niet op de plek van verstrooiing, maar wel ter nagedachtenis. Hier worden inscripties in tempels aangebracht, die de naam van de overledene en zijn goede daden weergeven, of er worden waterkranen geplaatst die gewijd zijn aan de doden (Elmore 2006, 35). De opkomst van het gebruik van gedenkstenen en plaatjes bij Hindoestanen in Nederland zou dus mogelijk een transformatie kunnen zijn naar aanleiding van de Nederlandse, (post)christelijke cultuur van gedenken, maar het zou ook een reconstructie kunnen zijn van ‘oude’ gebruiken.

De wisselwerking van culturen is ook in de andere richting tastbaar. Op het strooiveld Nirvana in Usselo zijn ondertussen ook niet-Hindoestaanse Nederlanders verstrooid. Er zijn bovendien kaarsjes te vinden met christelijke afbeeldingen van Maria en Jezus. Dit is een teken van een vermenging van twee culturele en religieuze gebruiken. Niet alleen nemen Hindoestanen culturele gebruiken van Nederlanders over, maar ook niet-Hindoestaanse Nederlanders nemen gebruiken uit andere geloofstradities over, waardoor dergelijke mengvormen ontstaan.