To refer to this article use this url: http://www.quotidian.nl/vol01/nr01/a05
Terug naar het debat
In dit artikel hebben we spitzen aan het werk gezien. We zagen hun effecten op de danseres en haar omgeving. De materiële eigenschappen van spitzen zijn daarbij voortdurend in beeld gebleven; objecten zijn tenslotte meer dan betekenisdragers. Zo brengt Warniers benadering de aandacht bij de concrete motorische ervaringen met de schoenen; juist die fysieke dimensie maakt het leertraject met de schoenen zo ingrijpend. Vanuit Millers visie is er gekeken naar de nijpende tegenstelling tussen een immaterieel balletideaal en de tastbare werkelijkheid. De balletschoenen vervullen een unieke rol in zowel het verbinden van praktijk en ideaal als het zoeken naar een oplossing voor deze contradictie. In het geval van Alfred Gell zijn spitzen vooral invloedrijk als fysiek verlengde van een persoon. Tot slot zien we vanuit Latours benaderingen hoe de eigenschappen van spitzen concreet bijdragen aan de totstandkoming van docenten, expertise, dansstudio’s, repertoire en theaterpubliek. Kortom: met alle vier de benaderingen lukt het om spitzen tastbaar aan het werk te zien. Tevens is duidelijk zichtbaar dat elke benadering een andere blik op actieve objecten en spitzen biedt. In de zoektocht naar de materialiteit en activiteit van objecten blijken dus meerdere wegen mogelijk. Ik wil echter wijzen op een sterke tegenstelling of kloof tussen de benaderingen van Latour enerzijds en die van Warnier, Miller en Gell anderzijds
Ondanks hun verschillen vullen de ideeën van Gell, Miller en Warnier elkaar namelijk goed aan; de invloed van objecten ligt bij hen in de wijze waarop ze mensen, hun idealen en onderlinge verhoudingen gestalte geven. Tevens speelt de spanning tussen structuur/ideologie en (menselijke) agency altijd een rol. Dit komt duidelijk naar voren in Millers benadering, waar deze contradictie het hoofdthema is, maar ook met Warnier vragen we ons af in welke mate de balletdanseres over een eigen wil beschikt; haar subjectitiviteit komt op fysieke wijze tot stand binnen een leertraject dat niet ter discussie lijkt te staan. Met behulp hiervan leert zij haar kracht ervaren en excelleren, maar kan zij ook nog een ander zijn? In Gells recente werk staat menselijke agency wellicht niet zo centraal, maar ook bij hem is de invloed van objecten uiteindelijk herleidbaar tot de agency van de persoon die het object gebruikt of maakt.
Het werk van Latour verzet zich tegen een dergelijke focus; hij wil de invloed van objecten bekijken zonder een overkoepelend proces, zoals de totstandkoming van het subject (en zijn/haar agency), centraal te stellen. Dit levert een analyse op waarin een breder scala aan factoren aan bod komt, maar waarin de beschrijving op het eerste gezicht ook een wat droger karakter krijgt; we dringen tenslotte minder diep door tot de belevingswereld van mensen. Een voordeel hiervan is echter dat we een kans krijgen om ons te ontworstelen aan de focus op subjectiviteit en agency die in het cultuurwetenschappelijk onderzoek zo dominant is. Actie of macht is volgens Latour namelijk geen verschijnsel dat iets of iemand toebehoort; het is iets dat telkens van gedaante verandert en circuleert tussen de betrokken entiteiten. Bovendien moet het bestaan van verschijnselen (zoals macht) telkens weer ‘performed’ worden; niets bestaat op zichzelf. Daarmee neemt Latours benadering niet alleen materialiteit serieus, maar biedt deze ook een kans om de vanzelfsprekende focus op agency en subjectvorming in de material culture studies kritisch te beschouwen en nieuwe, onverwachte wegen in te slaan (zie ook Hoogsteyns 2008). Voor een onderzoeksgebied als de balletwereld, waarin de positie van danser al jaren het verblindende uitgangspunt vormt, zou dit een belangrijke eye opener kunnen bieden.
