Quotidian 1 (December 2009)Maartje Hoogsteyns: Tastbaar Actief
Spitzen en de constructie van de balletwereld

To refer to this article use this url: http://www.quotidian.nl/vol01/nr01/a05

De constructie van expertise

Hoe graag een jonge leerling ook spitzen wil, haar dansdocente bepaalt of zij er klaar voor is. De docente schat in of de leerlinge over voldoende technische vaardigheden beschikt, of haar voeten de juiste bouw hebben en of de botten en spieren in haar benen en rug sterk genoeg zijn. Verder is het belangrijk dat de leerling regelmatig traint (minimaal twee lessen per week) en dat ze goed gemotiveerd is. De leerling moet bovendien niet te zwaar zijn en ze moet met pijn kunnen omgaan. Als er te vroeg wordt begonnen met spitzenlessen kan dit blijvende schade aanrichten aan het lichaam (Barringer en Schlesinger 2004, 136). De docent moet dus een weloverwogen beslissing nemen, afzonderlijk afgestemd op elke leerling.

Ouders weten meestal weinig van de selectiecriteria die worden gehanteerd en overzien ook de eventuele consequenties van spitzendans niet (Barringer en Schlesinger 2004, 137). Mede door de exclusieve kennis van de docent zijn zowel ouders als leerling sterk afhankelijk van haar oordeel. Er ontstaat tussen de dansdocent en haar leerlingen vaak een relatie die als zeer persoonlijk doch ongelijk ervaren wordt en die typerend is voor de danswereld als geheel (Aalten 2002, 170-182). Uiteraard speelt in het voortbestaan van deze verhouding het diepe respect in de balletwereld voor traditie en hiërarchie een belangrijke rol (Aalten 2002, 170-182). Dit respect is echter geen gegeven, maar moet telkens opnieuw geconstrueerd worden. De gespecialiseerde eisen van spitzen dragen daar een steentje aan bij.

Ondanks de ongelijke situatie is ook de docent geen gegeven. Ook zij krijgt bij dit proces gestalte. Haar expertise wordt bij elke leerling die de overgang naar spitzen maakt opnieuw op de proef gesteld (Barringer en Schlesinger 2004, 136-145). Wanneer ze een juiste beslissing heeft genomen zal haar positie als expert geaccepteerd en versterkt worden. In het geval van een onjuiste inschatting bestaat echter ook de kans dat haar expertise ter discussie wordt gesteld. Zowel dansleerling, spitzen als dansdocent krijgen dus gestalte in relatie tot elkaar.

Het specialistische karakter van spitzen en hun impact op het lichaam zorgen voor nog meer experts in de balletwereld. Zo zijn er de medische specialisten die de danseres helpen bij het behandelen van hun voet- en enkelblessures. De materialiteit van dansvoeten is door de eisen die eraan gesteld worden en het jarenlange technische schaafwerk van een andere dimensie dan bij ‘normale’ voeten. Dit komt vooral naar voren wanneer een danser blessures heeft. Therapeuten die weinig met dansers werken, zullen zeggen dat ze naar de gewone maatstaven perfect gezond is (Barringer en Schlesinger 2004, 220). Voor de betreffende ballerina kan het echter onmogelijk zijn haar dagelijkse werk te doen. Er zijn maar weinig medische specialisten die zich volledig richten op de complicaties van ballerina’s. De namen van deze experts zijn dan ook internationaal bekend (Barringer en Schlesinger 2004, 221).